Nieuwe
technologieën voor snellere computerchips
IBM
en Intel stellen Moore’s Law veilig - 13-06-2001
Op
het VLSI Technology Symposium hebben Intel en IBM bekend gemaakt dat
zij er, afzonderlijk van elkaar, in geslaagd zijn nieuwe manieren
te ontwikkelen om snellere computerchips te maken. Daarmee is de razendsnelle
vooruitgang in de wondere wereld der processors weer voor enige tijd
verzekerd...
Computergebruikers
zuchten al langer dan vandaag onder de snelheid waarmee steeds snellere
computerprocessors
op de markt worden gegooid en hagelnieuwe computers tot verouderd
schroot worden gereduceerd. En het lijkt er niet op dat daar in de
nabije toekomst verandering in zal komen; computergiganten IBM en
Intel kondigden deze week bijna gelijktijdig aan dat zij een nieuwe
technologie hebben ontwikkeld waardoor chips nog lange tijd tegen
het huidige tempo verbeterd kunnen worden. Bij Intel is men erin geslaagd
aanzienlijk kleinere transistors te vervaardigen, IBM zocht daarentegen
een oplossing in het uitrekken van siliconen.
IBM
rekt siliconen uit
Dat computerchips steeds sneller worden, is vooral te wijten aan het
feit dat men er nog steeds in slaagt de componenten kleiner en kleiner
te maken. Dat proces kan niet eeuwig doorgaan, omdat men ooit het
niveau bereikt waarop kwantummechanische effecten de regels van het
spel zo sterk veranderen dat niet meer kan worden voorspeld hoe het
materiaal zich zal gedragen. Op het VLSI
Technology Symposium, een bijeenkomst van experts in halfgeleiding,
stelde IBM echter een manier voor
om chips sneller te maken, zonder dat de schaal van de componenten
moet worden verkleind.
De technologie waarop deze innovatie is gebaseerd staat bekend als
“strained
silicon” en buit de natuurlijke neiging van atomen om zich op
één lijn te plaatsen uit. ‘Strained silicon’ is niet nieuw, maar IBM
paste het als eerste toe op microchips. Deze chips bestaan uit een
aantal lagen van verschillend materiaal. Ook de atomen van de onderscheiden
lagen hebben de neiging om zich naar elkaar te schikken en een lijn
te vormen. Dat bracht IBM op het idee een basislaag te gebruiken waarin
de atomen verder dan gebruikelijk uit elkaar liggen. Als dan een laagje
siliconen op deze basislaag wordt aangebracht, passen de siliconen-atomen
zich aan de manier waarop de onderliggende atomen zijn gerangschikt
aan. Daardoor worden de siliconen als het ware ‘uitgerokken’.
Dat de atomen van de siliconenlaag verder uit elkaar liggen, zorgt
ervoor dat elektronen die door deze laag passeren 75% sneller kunnen,
omdat de weerstand sterk vermindert. Volgens IBM levert dat een netto
snelheidswinst op van 35%.
Wat minstens even belangrijk is, is dat deze doorbraak snel haar weg
naar de commerciële markt zou kunnen vinden. Er zouden immers geen
grote aanpassingen nodig zijn om de innovatie toe te passen, zodat
de bestaande productielijnen gebruikt kunnen worden om chips met uitgerekt
siliconenlagen te produceren.
Intel
ziet de zaken steeds kleiner
In tegenstelling tot IBM, gaat Intel
wel een stap verder in de schaalverkleining van transistors, de sleutelelementen
van een microchip. Eerder had Intel al met succes transistors gemaakt
met een grootte van 45 nanometer, 0,000000045 meter. Deze elementen
hebben hun weg naar concrete toepassingen nog niet gevonden, maar
de volgende generatie staat al klaar. Op hetzelfde symposium als waar
IBM haar ‘strained silicon’-procedure voorstelde, maakte de chipmaker
bekend dat zij werkende transistors van 20 nanometer ontwikkeld hebben.
Het materiaal waaruit deze miniatuurtransistors bestaan, heeft een
dikte van drie atomen, en er moeten 100.000 op elkaar gestapeld worden
om de dikte van een blad papier te benaderen. En ook in de breedte
zijn deze componenten indrukwekkend klein: slechts 70 tot 80 atomen
scheiden de linker- van de rechterkant.
Daarmee zijn deze componenten 30% kleiner en 25% sneller dan de 45
nanometer-varianten. De transistors, die als kleppen functioneren
om de stroom elektronen in een microchip te reguleren, kunnen tot
1 triljoen keer per seconde aan- en uitgeschakeld worden. Bovendien
passen er een miljard van op één chip, en tegen 2007 zou dat volgens
Intel een processor moeten opleveren van 20 gigahertz. Ter vergelijking,
het huidige Intel-topmodel haalt 1,7 gigahertz, al is het mogelijk
deze processor nog wat sneller te laten lopen dan bij fabricatie bedoeld
was.
Moore
kan op beide oren slapen
Het ziet er dus niet naar uit dat computers in de nabije toekomst
wat langer up-to-date zullen blijven. Wie zijn voorspellingen wel
ziet uitkomen, is Gordon Moore, tot 1987 CEO van Intel en nu ‘Chairman
Emeritus’ van hetzelfde bedrijf. Hij stelde vast dat er een bepaalde
patroon verscholen ligt in de manier waarop microchips steeds kleiner
en sneller worden. Dat patroon werd bekend als de
wet van Moore en hoewel er een aantal verschillende versies van
de regel in omloop zijn, komt het erop neer dat het aantal transistors
dat op een chip past elke 18 maanden verdubbeld. Vanwege kwantumeffecten
kan de schaalverkleining niet eeuwig doorgaan, maar als Intel en IBM
hun beloftes waarmaken, blijft Moores wet nog wel even overeind.
(DdV)
Aansluitende artikels:
5
patenten om in de gaten te houden - 11-04-2001
De
mazen van het net - 07-02-2001
Nieuwe
telg in Intel-familie - 23-08-2000
Related links:
Intel
toont haar siliconen
De
originele paper van Moore in pdf-formaat
De
wet van Moore
Het
einde van de wet van Moore?
Hoe
werkt een microprocessor?
©
David de Vaal